Producttypering “ASS en hechtingsproblematiek”

PROGRAMMA

Voor kinderen/jongeren die kenmerken vertonen uit het autisme spectrum (ASS) of die in de eerste levensjaren niet goed gehecht zijn (hechtingsproblematiek).

TYPE WERKVORM:

Individuele beeldende therapie.

RATIONALE:

Kinderen met ASS hebben kwalitatieve beperkingen in de sociale en communicatieve vaardigheden. Zij hebben moeite om gevoelens, gedachtes, ideeën en intenties aan zichzelf of aan anderen toe te schrijven (dit wordt ook wel ‘theory of mind’ genoemd). Stoornissen in het reflectief functioneren of mentaliseren spelen eveneens een centrale rol bij de ontwikkeling van persoonlijkheidspathologie. Vooral vroegkinderlijke trauma‘s als mishandeling, verwaarlozing en misbruik verstoren de reflectieve functie. Het kunnen mentaliseren is het resultaat van een ontwikkelingsproces dat gefaciliteerd wordt door een veilige hechtingsrelatie met een ouderfiguur. Hoewel het ontstaan van de moeite met mentaliseren verschilt bij ASS en verstoorde hechting, zijn beide groepen kinderen gebaat bij ervaringsgericht werken, doordat de werkstukken veiligheid bieden door de symbolische afstand (de communicatie met het kind vindt plaats via het beeldend werk), doordat ze de mogelijkheid bieden om tot verbeeldend spel te komen en doordat ze tot zintuiglijk contact uitnodigen. Beeldend werken biedt de mogelijkheid tot succeservaringen te komen en om te oefenen met flexibiliteit en samenwerken. De therapie dient zo vroeg mogelijk in de ontwikkeling te worden gestart.

INDICATIES:

Kinderen en jongeren van 6 – 18 jaar met ASS of hechtingsproblematiek. Hechtingsproblemen kunnen zijn:

  • angstig-vermijdend gehecht. Het kind heeft geen vertrouwen in de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur en probeert zo veel mogelijk contact te vermijden, zelfs als het stress ervaart.
  • angstig-afwerend/ambivalent gehecht. Het kind is onzeker (ambivalent) over de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur en is boos en huilt veel, zelfs in de nabijheid van de hechtingsfiguur. Het zoekt soms op een passieve, ‘zielige’ manier contact.
  • gedesorganiseerd/gedesoriënteerd gehecht. Het kind vertoont geen coherent hechtingspatroon, dat wil zeggen het gehechtheidsgedrag is op cruciale momenten niet te verenigen met één van de georganiseerde gehechtheidstrategieën (veilig, vermijdend, afwerend). Dat kan zich uiten in chaotisch, tegenstrijdig, bizar en angstig gehechtheidsgedrag.

 CONTRAINDICATIES:

Geen.

DOELEN

  1. Veiligheid leren ervaren.
  2. Zelfvertrouwen opbouwen.
  3. Via het materiaal dichter bij de eigen gevoelens komen.
  4. Expressiever worden.
  5. Leren herkennen van eigen emoties.
  6. Het bieden van handvatten om emotioneel stabieler te worden.
  7. Flexibeler worden door te leren variëren met materialen.
  8. Leren samenwerken.

 INTERVENTIES:

De Therapeut stemt zich op het kind af en biedt veiligheid en vertrouwen. Tegelijkertijd biedt de therapeut structuur en voorspelbaarheid. De therapeut is een warm en betrokken persoon, voor een langere periode en op vaste tijden. De therapeut biedt aandacht en weet het verwachtingspatroon, dat gericht is op negatieve overtuigingen, te doorbreken. Een transparante en open houding is nodig. Er worden grenzen gesteld aan impulsiviteit. Het is belangrijk dat de therapeut zelf goed gehecht is.

ACTIVITEITEN IN FASEN:

Eerste fase: 8 sessies

Het ervaren van veiligheid, opbouwen van zelfvertrouwen.

Midden fase: 10 sessies

Experimenteren met materiaal en vorm. Ordenen van en plek geven aan emoties. Samenwerken (leiden en volgen).

Eindfase: 2 sessies

Krachtbeeld. Afscheid.

 RANDVOORWAARDEN:

Veilige en rustige werkruimte.

 BEHANDELDUUR EN FREQUENTIE:

20 sessies van 50-60 minuten op vaste tijden. 3 of meer ouder/verzorger gesprekken.

SUBTYPEN:

Kinderen met ASS en rouw.

 EINDTERMEN:

Het kind heeft meer zelfvertrouwen en laat meer eigenheid zien, kan emoties beter reguleren, het kind praat meer over wat hij voelt en zit lekkerder in zijn vel.